Wonen in groep

Wonen in groep betekent dat elke bewoner of gezin een eigen woning heeft, maar dat ze samen ook een aantal ruimtes delen. Naargelang de aard van de woonvorm, neemt het aantal gemeenschappelijke ruimtes toe.

Er zijn vier variaties:

  • In een sociale woning wonen mensen elk in hun eigen appartement of woning en delen ze vaak de publieke ruimte in en rond de gebouwen. Zonder er echt voor te kiezen, wonen ze samen met anderen.
  • Bij centraal wonen staat een aantal private huizen (of appartementen) rond een gemeenschappelijke tuin of binnenplaats.  De bewoners delen meestal een garage, berging,  wasruimte en/of andere voorzieningen.
  • Bij cohousing zijn er nog meer gemeenschappelijke ruimtes, zowel binnen als buiten. Er is altijd een tuin of binnenplaats, een extra keuken en eetkamer om samen te eten, hobbykamers, wasplaats, enzovoort. De bewoners hebben elk hun eigen huis, maar kiezen ervoor om samen te leven.
  • Bij gestippeld wonen wonen alle bewoners in hetzelfde appartementsgebouw. De ouderen wonen elk in hun eigen appartement verspreid over het gebouw. Ze huren bovendien samen één extra appartement, waar ze elkaar kunnen ontmoeten.

Meer info: