De missie en de visie

van het Kenniscentrum voor de ontwikkeling van de woonzorgzones

Hiaten invullen

Er zijn heel wat hiaten in de thuis- en de ouderenzorg in Brussel. En er wordt in weinig voorzieningen Nederlands gesproken. De voorbije decennia rekenden de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) vooral op het vrije initiatief voor de verdere uitbouw van de thuis- en ouderenzorg in Brussel. In bepaalde gemeenten lukte dat, elders niet. Op verschillende plaatsen zijn er grote tekorten. Er moet dus grondig worden bijgestuurd.
Het vernieuwde beleid van de Vlaamse Gemeenschap en de VGC voorziet 33 woonzorgzones, met als doel een evenwichtige spreiding van diensten en voorzieningen. Via haar programmatie stimuleert de overheid initiatiefnemers om hiaten op te vullen. De meeste aandacht gaat daarbij naar de prioritaire woonzorgzones.

Netwerkontwikkeling

Bewoners moeten altijd in hun buurt terecht kunnen voor de zorgen die ze nodig hebben. Daartoe beoogt elke woonzorgzone een ‘continuüm’ in de zorg. Dat kan door de uitbouw van een goede dienstverlening, oplossingen te zoeken voor nog niet geleverde diensten en hiaten in de geografische spreiding weg te werken.
De ontwikkeling van een goed netwerk vraagt veel overleg. Er moeten schotten gesloopt worden tussen de dienstverlening van de residentiële ouderenzorg en de thuiszorg. Afstemming tussen de sectoren woonzorg en zorg voor personen met een handicap ligt voor de hand. Er wordt geïnvesteerd in de samenwerking tussen huisartsen, kinesitherapeuten, algemeen welzijnswerk, geestelijke gezondheidszorg, enzovoort. En voor logistieke ondersteuning wordt er samengewerkt met de welzijnsector, sociale verhuurkantoren, sociaal vervoer en klusjesdiensten.

Zorgvernieuwing

De vergrijzing in de samenleving gaat gepaard met twee belangrijke evoluties.

  • Ouderen vandaag zijn zelfstandiger en verwachten andere zorgen dan ouderen vroeger.
  • Om de zorg betaalbaar te houden zal ze anders georganiseerd moeten worden.

Om in te spelen op deze evoluties, moet de zorgsector zichzelf aanpassen en vernieuwen. De uitdaging is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen – dat willen ze, en dat is goedkoper - en dat de organisatie van de zorg wordt afgestemd op de leefomgeving en de individuele noden en behoeften van de oudere. Zo zal de formele zorg moeten aansluiten bij de informele zorg door de mantelzorgers en zullen alle zorg- en hulpverleners hun aanbod op elkaar moeten afstemmen en coördineren.

De overheid stimuleert de vernieuwing van de zorgsector. Daarbij hanteert ze volgende krijtlijnen.

  • De formele zorg moet voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven, zowel voor de ouderen als voor de overheid.
  • Nieuwe zorgvormen moeten in heel België toepasbaar zijn (cfr. programmatie, erkenning en financiering).
  • Nieuwe zorgvormen mogen niet ontwikkeld worden ten koste van de bestaande zorgvormen zoals woonzorgcentra (WZC’s), centra voor kortverblijf (CKV’s) en centra voor dagverzorging (DVC’s) KVB en CDV.

Steun om zelfstandig te wonen

Projecten in het kader van Protocol 3

Om de evolutie in het zorgaanbod mogelijk te maken en te financieren, sloot de Federale Overheid de zogenaamde Protocol 3 akkoorden af met de Gewesten en de Gemeenschappen.

  • Het grootste deel van het budget is voor de omschakeling van woongelegenheden in een rustoord (ROB) naar woningen in rust- en verzorgingstehuizen (RVT’s).
  • Minstens 20 procent van de middelen gaat naar nieuwe initiatieven in de zorg die kwetsbare ouderen helpen om langer thuis te blijven wonen. Positieve evaringen in deze ‘proeftuinen’ kunnen inspiratie bieden voor de zorgvernieuwing in heel België.

Meer info over Protocol 3 en

Het Brusselse ZorgActiePlan

Half 2010 startte het ZorgActiePlan. Het ondersteunt ouderen om veilig, gezond en comfortabel in hun eigen huis of appartement te blijven wonen. Het plan werd in het kader van Protocol 3 ingediend door de dienst van thuisverpleegkundigen Mederi, met ondersteuning van het Kenniscentrum, het Brussels Overleg Thuiszorg vzw (BOT), de Brusselse Ondersteuningscel Dienstencentra en anderen.

Het ZorgActiePlan wil elk jaar honderd ouderen extra bereiken. In 2010 werd gestart in Hoog-Molenbeek en in Schaarbeek, in 2011 wordt een uitbreiding voorzien in andere woonzorgzones. Het plan verloopt het als volgt.

  • Elke oudere krijgt een ‘zorgregisseur’ die hem helpt om zelfstandig te blijven wonen.
  • De zorgregisseur gaat op bezoek bij de oudere. Ze bekijken samen de risico’s, de problemen, de wensen en de mogelijkheden die er zijn. Waar ondersteuning nodig is, worden oplossingen gezocht.
  • De zorgregisseur maakt een ‘zorgactieplan’ met als doel de oudere te helpen om langer thuis te blijven wonen. Dit plan wordt in overleg met de oudere en/of de mantelzorger opgesteld.
  • De zorgregisseur contacteert alle zorgverleners die mee instaan voor de uitvoering van het plan. Deze zorgverleners engageren zich mee voor de uitvoering ervan. Daartoe stellen ze een onderlinge overeenkomst op.
  • Als het plan in uitvoering is, houdt de zorgregisseur in het oog of alles goed verloopt. Als er problemen zijn, zoekt hij een oplossing.

Voor de oudere betekent het ZorgActiePlan een garantie op zorg. Wanneer er dingen veranderen kunnen ze soepel worden aangepast en bijgestuurd. Met behulp van een ict-tool wordt dit zorgvuldig opgevolgd.

 

Lees ook: Hulpbehoevende 60-plussers krijgen “Zorgregisseur”
Binnen het project “ZorgActiePlan” brengen de zorgregisseurs de problemen van hulpbehoevende senioren in kaart, om zo een rusthuis- of ziekenhuisopname uit te stellen of te voorkomen. Senioren kunnen via verschillende kanalen aangemeld worden in het project: huisarts, ziekenhuis, lokaal dienstencentrum, organisatie voor gezinszorg, thuisverpleegkundigen, mantelzorgers, …

 

Meer info over het ZorgActiePlan bij
Nelle Van Langenhof
ZAP@mederi.be
www.planjezorg.be
tel. 02/ 410 57 80

Cultuurgevoelige zorg

Bijna één op drie ouderen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is van allochtone afkomst. Hun aantal zal nog toenemen. Nochtans maken zij weinig gebruik van de bestaande dienst- en zorgverlening. De zorg die zij verlangen, wordt mee bepaald door hun culturele achtergrond. De zorgsector is daar niet altijd mee vertrouwd.

Ouder worden is een natuurlijk proces dat gepaard gaat met een aantal fundamentele veranderingen. Ouderen worden honkvast, hun belevingswereld wordt kleiner, ze hechten veel belang aan hun familie en vooral hun kinderen, ze zijn erg gehecht aan wat vertrouwd is, oude herinneringen en de taal uit hun kindertijd worden terug levendig, het korte termijngeheugen wordt minder, enzovoort. Die veranderingen gelden voor alle ouderen, ongeacht hun afkomst, rang of stand.

De beleving van het ouder worden is echter erg cultureel bepaald. Zo spelen religie, opvoeding, familierelaties, migratie, waarden en normen een belangrijke rol. In een agrarische samenleving bijvoorbeeld is de norm dat kinderen voor hun behoeftige ouders zorgen. In een industriële samenleving willen ouderen hun kinderen vooral niet tot last zijn. Allochtone ouderen zitten vaak tussen die twee werelden. Ze rekenen erop dat hun kinderen voor hen (zullen) zorgen, maar beseffen ook dat de omstandigheden veranderd zijn. Naast de mantelzorg ontstaat een groeiende behoefte aan formele zorg.

Veel allochtone ouderen kennen de bestaande dienstverlening niet en weinig diensten werken op maat van allochtone ouderen. Het Kenniscentrum wil van cultuurgevoelige zorg de norm maken.

Afstemming met de lokale besturen

Om hiaten in te vullen, netwerken te ontwikkelen en de zorg te vernieuwen, moet het beleid van de Vlaamse Gemeenschap worden afgestemd op dat van de lokale besturen. Zo kunnen de verschillende beleidsniveaus elkaar versterken en dubbel werk vermijden. Hoe beter de samenwerking, hoe beter de dienstverlening. Ook een nauwe samenwerking met de diensten van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is aangewezen. De GGC regelt en beheert immers wat gemeenschappelijk is voor de Vlaamse en Franstalige gemeenschap in Brussel.

Toegankelijke en betaalbare dienstverlening

Er moet in Brussel plaats zijn voor iedere zorgbehoevende en de dienstverlening moet betaalbaar zijn. Ook mensen met een laag inkomen moeten kunnen genieten van woonzorg. Dat kan door een deel van de woningen te verhuren aan ‘geconventioneerde prijzen’ (dit zijn door de overheid opgelegde maximumprijzen voor de verhuur van sociale woningen). Daarover worden afspraken gemaakt met de initiatiefnemers. Bij de bouw van nieuwe zorgwoningen wordt gestreefd naar een goede ‘sociale mix’. De leidraad daarbij is het armoedepercentage in die woonzorgzone.