De organisatie in de woonzorgzones

Het zorgknooppunt

In elke woonzorgzone komt een zorgknooppunt. Elke oudere die zelfstandig woont kan daar terecht voor huishoudelijke hulp, schoonmaakhulp, warme maaltijden, vrijetijdsactiviteiten, 24-uurzorg en crisisopvang, dagopvang, medische diensten, hygiënische diensten, persoonsverzorging, enzovoort..
Om die diensten te leveren, werkt het zorgknooppunt samen met alle dienstverleners in de woonzorgzone. Daarnaast moet een oudere binnen loopafstand van het zorgknooppunt alle noodzakelijke voorzieningen vinden voor het dagelijkse leven: voedingswinkels, post en/of bank, huisdokter, apotheek, tea-room, kapsalon, enzovoort. Ouderen die er niet te voet naartoe kunnen, kunnen gebracht worden.

Er komt een zorgknooppunt in elke woonzorgzone. Hoe het knooppunt er precies uitziet, hangt af van de lokale context. Meestal is het ingebed in een lokaal dienstencentrum. Soms is het verbonden aan een woonzorgcentrum. Soms is het verspreid over verschillende diensten die zich in elkaars buurt bevinden. In dat geval is er sprake van een ‘zorgboulevard’, met alle diensten op wandelafstand van elkaar.

Het zorgknooppunt zorgt voor de afstemming van het zorgaanbod en voor de praktische organisatie van de toewijzing.

  • Het geeft informatie en sensibiliseert ouderen over de zorgdiensten, residentiële opvang, meegroeiwonen, aanleunwoningen, enzovoort.
  • Het maakt de ouderen wegwijs om de meest geschikte hulp te vinden, wijst de juiste zorg toe en zorgt dat die beschikbaar is.
  • Het organiseert de haal- en brengfuncties en het sociaal vervoer.
  • Het organiseert het interdisciplinair overleg tussen alle betrokkenen.
  • Het werkt altijd in nauw overleg met de zorgcoördinator en zorgplancoördinator (GDT) voor de opvolging en voortgang van opgemaakte zorgplannen.

In Hoog-Molenbeek en Schaarbeek bijvoorbeeld wordt de uitbouw van het zorgknooppunt gekoppeld aan het lokaal dienstencentrum. De woonzorgcoach stelt er samen met de oudere en de mantelzorger een zorgactieplan op om zo goed mogelijk in te spelen op de vragen en noden van de oudere. De thuiszorgpartners staan in voor de levering van die zorg.

De woonzorgcoach

In elk zorgknooppunt is er een woonzorgcoach. Die coördineert de bestaande voorzieningen en zorgverleners bij de uitvoering van volgende taken.

  • De individuele opvolging en begeleiding van elke oudere met een zorgvraag in de woonzorgzone.
  • De afstemming tussen de haal- en brengfuncties.
  • De organisatie van het vervoer.
  • Het opsporen van medische en paramedische noden.
  • De opleiding en begeleiding van mantelzorgers.
  • Het opsporen van de noden aan onderhoud, herstelling en aanpassing van woningen, om ouderen toe te laten zelfstandig te wonen – en zo de residentiële zorg te ontlasten.
  • Het dagelijks onderhoud en de kleine herstellingen en aanpassingen die gebeuren door klusjesdiensten en buurtconciërges.

Programmatie Vlaamse Overheid

De programmatie van de Vlaamse overheid raamt de zorg- en gezondheidsbehoeften in Vlaanderen.
Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid brengt die behoeften in kaart. Op basis van die raming wordt per provincie of gemeente bepaald hoeveel zorgvoorzieningen er nodig zijn.

U vindt alle programmatiecijfers op www.zorgengezondheid.be. Daarbij wordt het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad als één regio beschouwd.


De programmatie voor voorzieningen voor personen met een handicap gebeurt door het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap). Zij beschouwen Brussel niet als aparte regio, maar als een deel van Vlaams-Brabant. Omdat er in Brussel een groot tekort aan voorzieningen is, is er een inhaaloperatie via een voorafname van het budget ‘uitbreidingsbeleid’.

De cijfers van de programmatie voor personen met een handicap vindt u op www.vaph.be.

Opleiding en Werk

Door de sterke toename van het aantal ouderen in Brussel stijgt de komende jaren ook de vraag naar geschikt personeel in de ouderen- en thuiszorg. Daarom ontwikkelt het Kenniscentrum Woonzorg Brussel, samen met andere partners, opleidingen voor mensen die in de zorgsector willen werken.

Vandaag zijn er in Brussel immers te weinig verpleegkundigen, huisartsen, zorgkundigen … voor de VDAB zijn het zelfs knelpuntberoepen. Het zou een goede evolutie zijn, moesten Nederlandstalige bewoners beter terecht kunnen in de initiatieven van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Dat kan als meer Franstalige zorgverstrekkers Nederlands leren.

Samen met de VDAB en Tracé Brussel gaat het Kenniscentrum na waar er een tekort aan arbeidskrachten verwacht wordt en welke opleidingen daar kunnen op inspelen. Dit gebeurt in overleg met de grote werkgevers in de woonzorg. Zij geven aan welke problemen er zijn bij selectie en aanwerving, welke profielen ze moeilijk kunnen invullen en welke opleidingen er nodig zijn. Op basis van die gegevens zoeken de VDAB, Tracé Brussel en het Kenniscentrum oplossingen voor de leemtes in het opleidingsaanbod. Ze ondernemen ook acties om de opleidingen beter af te stemmen op de eisen van de werkgevers en zo de doorstroming van opleiding naar werk te bevorderen.

In 2008 voorzag minister Anciaux 140.000 euro voor opleidingen in de zorgsector. Het Kenniscentrum, de VDAB en Tracé Brussel werkten daarvoor samen met Familiehulp, Solidariteit voor het Gezin, Actiris, Groep Intro, de Cobef en het Huis van het Nederlands. Eind 2010 liepen deze projecten af, met volgende resultaten.

  • Het opleidingsaanbod werd beter afgestemd op de vragen van de werkgevers.
  • Om werkzoekenden warm te maken voor het beroep van polyvalent verzorgende, werd een aantrekkelijk filmpje gemaakt.
  • Volgende acties en opleidingen werden georganiseerd.
    • Vooropleiding social profit, als voorbereiding op de bestaande opleiding polyvalent verzorgende.
    • Solidariteit voor het Gezin organiseerde een extra opleiding polyvalent verzorgende voor anderstaligen, als voorbereiding op werk in de woonzorg. Van de 16 werkzoekenden die de opleiding beëindigden, werkten er eind 2010 acht in de residentiële sector, drie in de thuiszorg en twee waren aanvankelijk medische ongeschikt maar zijn inmiddels op zoek naar werk.
    • Er werd een nieuw instrument ontwikkeld om werkzoekenden met een diploma polyvalent verzorgende te screenen in functie van verdere bijscholing. Het instrument is klaar, de toepassing volgt later.
    • Groep Intro organiseerde een opleiding logistiek assistent voor langdurig werklozen. Van de dertien deelnemers zijn er inmiddels tien aan het werk. Dit is een uitstroom van 77%.
    • De korte theoretische en praktische bijscholing ‘Kleine aanpassingswerken voor ouderen en mindervalide mensen’ werd voorbereid, maar kon niet plaatsvinden wegens ziekte van de instructeur.
  • Er werden veel inspanningen gedaan om taalcursussen te organiseren.
    • De Franstalige opleiding ‘aide soignante’ werd voor een deel in het Nederlands gegeven. Zo kregen 9 Franstalige werkzoekenden naast hun opleiding als verzorgende, ook een basis Nederlands. Deze opleiding gebeurde over de gemeenschappen heen, in samenwerking met Cobef. De cursisten kregen een taalbad van 216 uur Nederlands, 102 uur stage in een woonzorgcentrum en er was een terugkomdag van 9 uur. Zeven van de negen deelnemers behaalden een certificaat NT2. Zij deden hun stage in het woonzorgcentrum in Grimbergen en moesten daar de hele tijd Nederlands spreken. Voor de meeste verliep dat vlot, door een beperktere talenkennis liep dat bij twee cursisten moeilijker.
    • Familiehulp organiseerde voor 14 werknemers in de gezinszorg een cursus van 100 uur Nederlands op de werkvloer (van mei 2010 tot januari 2011). In dezelfde periode kregen verzorgenden uit de thuiszorg conversatielessen om hun Nederlands te verbeteren. Die lessen werden georganiseerd in samenwerking met het Huis van het Nederlands. Familiehulp wil dit initiatief en deze samenwerking verder zetten. Zowel Familiehulp als de instructeurs Nederlands op de werkvloer maakten een positieve evaluatie.
    • Familiehulp legde samen met de taalinstructeur de einddoelen vast voor het Nederlands op de werkvloer. De selectie en sreening van cursisten gebeurde in samenwerking met het Huis van het Nederlands. Bij aanwervingen werd voor de verschillende profielen het instapniveau NT2 bepaald.
    • Het resultaat van de cursus is opmerkelijk. Het algemeen niveau Nederlands is verbeterd en de werknemers durven nu gemakkelijker Nederlands spreken. Ook de cursisten zelf zijn opgetogen. Zij beseffen dat er in hen geïnvesteerd wordt en voelen zich gewaardeerd. Het heeft een positieve invloed op hun zelfbeeld en hun engagement. En hun motivatie om Nederlands te leren is verhoogd, ook buiten de werkuren.
    • Het Huis van het Nederlands ondersteunt woonzorgcentra om een passend taalbeleid te ontwikkelen. In de periode juni – december 2010 begeleidden zij de drie woonzorgcentra Arcus, Residentie Van Zande en Residentie Lemaire. Doordat er een nieuwe financiering gevonden werd, komt er ook begeleiding in de woonzorgcentra Sint-Jozef, Edelweis en Sint-Monica.
      Een passend taalbeleid vertrekt van een gedetailleerde omgevingsanalyse. Daartoe worden interviews, screenings, observaties en enquêtes uitgevoerd. Daarna wordt een taalbeleidsplan opgemaakt. Voor de uitvoering daarvan kan het woonzorgcentrum beroep doen op begeleiding en advies van het Huis van het Nederlands.

Al deze acties en opleidingen werden gefinancierd met middelen die werden toegekend door de vorige Vlaamse regering. Voor sommige van die opleidingen zijn er inmiddels nieuwe middelen gevonden. Voor andere werd een nieuwe aanvraag ingediend bij het Brusselfonds.

  • Een verder zetting van het taalbad voor de cursisten van de opleiding ‘aide soignante’.
  • Een opleiding ‘aanvullende thuishulp – oriëntatie zorg’ voor mensen die met ouderen werken.
  • Nederlands op de werkvloer en de ontwikkeling van een taalbeleid bij de Brusselse diensten voor thuiszorg.

 

Lees ook: Nederlands installeren invoeren in zorgopleidingen en -werkvloer.
Het Kenniscentrum Woonzorg Brussel stimuleerde de samenwerking tussen VDAB en Tracé Brussel om het bestaande opleidingsaanbod in de zorg uit te breiden en nieuwe projecten op te zetten opdat meer werknemers met een voldoende kennis Nederlands naar de zorgberoepen in Brussel toegeleid worden.
De samenwerking tussen VDAB en Tracé had vooral betrekking op verzorgenden. Het doel was om personeel beter voor te bereiden om hun zorgtaken ook in het Nederlands uit te voeren. De acties rond taalvaardigheid hadden niet als doel om tweetalig personeel ‘af te leveren’.
Uit deze samenwerking kwamen meerdere acties naar voor. Enkelen daarvan lichten we hier toe. Deze acties zijn ook voorgesteld op de studiedag “Talige Zorg voor Brusselse ouderen” van 25 maart 2011.

 

Meer info