Groepswonen
Ouderen kiezen er soms voor om – alleen of als koppel - in groep samen te wonen. Wanneer zij geen familie van elkaar zijn, spreken we van groepswonen. Zij hebben dan elk hun eigen kamer, appartement of woning, maar gebruiken ook gezamenlijke ruimten en voorzieningen zoals wasplaats, tuin of een gemeenschappelijke logeerkamer. Door samen te wonen voelen ze zich met elkaar verbonden, vaak helpen ze elkaar ook.
België kent geen officiële regeling voor deze woonvorm. Dat is merkwaardig, want in groep wonen is een heel traditionele vorm van wonen, die altijd en overal ter wereld bestaan heeft. Er bestaan in Wallonië en in Vlaanderen wel verschillende vormen van groepswonen voor huishoudens en alleenstaanden.
Woonbehoeften veranderen
Wanneer een partner overlijdt of wanneer het huis te groot wordt, zoeken ouderen vaak een andere oplossing. Ze kunnen dan nog prima voor zichzelf zorgen, hebben geen permanente zorg nodig en zijn nog lang niet toe aan een rusthuis. Maar alleen is maar alleen, en samen met anderen wonen is daar een goed medicijn tegen. Je hebt sociaal contact, je kan elkaar helpen, het stimuleert je om actief te blijven. Groepswonen past in de leefwijze van de eigentijdse oudere en past ook in de moderne stad. Niet dat het een keuze is die je zomaar maakt. Dat moet groeien. Ouderen die ervoor kiezen, zien het als een positieve keuze om actief te blijven.
Samen in groep
De Deen Nielsen werkte een model uit voor ouderen die in groep willen wonen. Eerst is er de vorming van de groep en de ontwikkeling van het project. Dat gaat gepaard met informatierondes, haalbaarheidsonderzoek en permanente vorming. De rol van de projectmanager is daarbij altijd cruciaal. De tweede fase is het ontwerp van het concrete project. De architect van het project moet niet alleen technisch en creatief onderlegd zijn, maar ook ervaring hebben met groepsprocessen. De ouderen participeren immers actief. Ten slotte is er de uitvoering van het project en het samenleven als groep. Dit hele proces vraagt van alle betrokkenen een groot engagement.
Een woonproject vertrekt altijd van een gemeenschappelijk ‘charter’. De deelnemers werken dat samen uit en iedereen onderschrijft het. Het stimuleert de samenhorigheid en eensgezindheid. Er zijn gezamenlijke activiteiten, wederzijdse hulp, en beslissingen worden samen genomen. Uiteraard zijn er in een woongroep ook soms spanningen. De eigen mening komt niet altijd overeen met het besluit van de groep. Je kan niet altijd je eigen gang gaan en moet je soms aanpassen. En niet iedereen is altijd even verdraagzaam en tolerant.
Voordelen van groepswonen
Er zijn veel praktische voordelen.
- In groep wonen is vaak goedkoper dan individueel wonen. Infrastructuur en middelen worden gedeeld, en soms is een beetje extra luxe zelfs mogelijk. Enkele voorbeelden zijn een gemeenschappelijke tuin, een tv-kamer, een keuken, wasplaats, logeerkamer, zelfs een zwembad… Ook diensten zoals een verpleger die langskomt of 1 x per week een yogaleraar zijn voorbeelden.
- In groep wonen levert tijdwinst op, want je kan taken verdelen zoals in beurtrol koken, afwassen, schoonmaken, inkopen doen, activiteiten organiseren, op elkaars (klein)kinderen passen …
- Het is een ecologische vorm van wonen, omdat de beschikbare ruimte efficiënt gebruikt wordt.
- Het is een goede investering. De woning behoudt een hoge verkoopwaarde.
Er zijn veel sociale voordelen.
- Mensen ontmoeten elkaar, leven samen en helpen mekaar ook.
- Samen met anderen leven, houdt ouderen actief.
- Er ontstaan contacten over de generaties heen. Bewoners die op pensioen zijn bijvoorbeeld, passen op de kinderen van werkende ouders.
- Ouderen voelen zich veiliger met andere mensen in de buurt.
Voor de overheid is groepswonen een interessant model.
- Het komt tegemoet aan wat mensen wensen.
- Het vergroot de mobiliteit op de woningmarkt, omdat mensen die naar een woongroep verhuizen hun eigen huis op de markt brengen.
- Als ouderen langer zelfstandig wonen, kan dit leiden tot minder vraag naar zorg.
- Het past bij het eigentijdse imago van een stad.
Knelpunten
Toch is groepswonen nog geen gangbare woonvorm. De drempel is hoog en er zijn nog veel knelpunten.
- Het maatschappelijk gangbare ideaal is ‘ieder zijn eigen huis’. Ook het beleid vertrekt daarvan. Een eigen huis is als een verzekering voor de oude dag: ofwel blijft een oudere er zelf in wonen, ofwel dient de opbrengst ervan om het rusthuis te kunnen betalen. De realiteit is echter anders. Steeds minder ouderen kunnen terugvallen op zo’n verzekering. Misschien is groepswonen voor hen interessanter. Maar ‘onbekend is onbemind’ en voor ouderen is dat een grote stap.
- Er bestaat geen stedenbouwkundig kader voor groepswonen. De typologie in de ruimtelijke ordening beperkt zich tot de rijwoning, de verkaveling, het flatgebouw en het woonerf. Een woonerf heeft wel iets gemeenschappelijk, maar beperkt zich tot het openbaar domein. Slechts weinig projecten van groepswonen geraken gerealiseerd. De volhouders doen er gemiddeld tien jaar over. Voor ouderen is dat vooruitzicht ontmoedigend, zodat ze het idee vaak snel laten varen.
- Het is een financiële uitdaging. Het is immers moeilijk om een geschikte locatie te vinden. De prijs van grotere complexen wordt vaak opgedreven, erop speculerend dat grote bedrijven of investeerders dat kunnen en willen betalen.
- Bij groepswonen zijn er private delen en collectieve delen. Fiscaal gezien is dat een delicaat aandachtspunt, zeker als er eigendomstitels mee gemoeid zijn. Een patrimoniumvereniging zonder winstbejag kan daar een oplossing voor bieden.
- Het huidige woonbeleid houdt weinig rekening met nieuwe woonvormen. Mensen die een project uit de grond willen stampen, stuiten op wettelijke hindernissen. Mensen die samen huren, krijgen vaak te maken met een aantal ongewenste gevolgen.
- Er bestaat geen wettelijke tussenvorm tussen samenwonend en alleenstaand. De wet houdt geen rekening met mensen die samen huren en dus samen wonen, maar alleenstaand zijn.
- Ook bij de sociale zekerheid en de RVA is er geen eenduidigheid. Mensen die samenwonen riskeren een lagere uitkering. Dat ze alleenstaand zijn, telt dan niet meer.
- Samen iets huren ligt voor veel eigenaars moeilijk. Meestal is er dan één hoofdhuurder die onderverhuurt aan zijn medebewoners.
- Samen iets kopen, is niet evident. Projecten voor groepswonen kunnen niet lenen aan gunstige voorwaarden. Dat maakt het moeilijk om met een groep mensen samen een pand te kopen en het om te vormen tot een project voor groepswonen. Wanneer het initiatief in handen van projectontwikkelaars is, zijn de noden van de bewoners echter zelden de eerste prioriteit.
De weinige projecten die reeds bestaan, bewijzen dat het een interessante woonvorm is en dat er een reële vraag naar is. Maar de aanbodzijde hinkt duidelijk achterop en daar zou iets moeten aan gebeuren. Het Deense model van Nielsen kan zeker inspiratie bieden voor een ‘Vlaams model’. Ook in Nederland wint groepswonen sterk aan populariteit. Voor meer informatie over groepswonen in Nederland, klik hier.
Meer info
www.pwo.be
www.samenhuizen.be
www.abbeyfield.be
www.home-info.be
www.habitat-participation.be


