Het broederhuis naast de Sint-Jorisschool in de Cellebroerstraat krijgt een nieuwe bestemming. Er komen tien appartementen voor een 16-tal bewoners: ouderen, personen met een handicap, mensen met een laag inkomen. Om dit project uit te werken, vroeg de parochie van de Goede Bijstand steun aan het Kenniscentrum. Zij deden immers reeds ervaring op in een gelijkaardig project in Molenbeek. Het Kenniscentrum ging in op de vraag, werkte mee een voorstel uit en zocht partners om die ideeën mee te realiseren. Inmiddels zijn de plannen van de architect klaar, de voorbereidingen voor de grote verbouwing komen op gang.
Kans op ontmoeting
Het oude broederhuis is goed gelegen. Oudere mensen kijken graag door het raam. Zij hebben er zicht op de school, ze kunnen de schoolkinderen zien spelen en turnen, er is altijd beweging. Het plan is dat er vijf appartementen komen voor zes à zeven ouderen en drie voor zeven personen met een handicap. Er komen ook twee appartementen die enkel met een trap te bereiken zijn, voor jongere mensen die ook een deel van de mantelzorg op zich kunnen nemen. Alle bewoners krijgen een eigen leefruimte met kitchenette, badkamer, toilet en tv. Maar er komt ook een collectieve ruimte met een keuken, een zithoek met tv en een wasplaats met wasmachines. Zo kunnen de bewoners ook dingen samen doen, uiteraard zonder verplichting. Maar als mensen elkaar leren kennen, ontstaat ook verbondenheid. En het zal soms handiger zijn om beneden in de collectieve ruimte samen te eten, dan naar het lokaal dienstencentrum gaan op meer dan een kilometer afstand.
Dagelijkse zorg
Oudere mensen krijgen de neiging zich terug te trekken. Maar precies dat wil dit project vermijden. Ouderen doen niet altijd de moeite om nog voor zichzelf te koken. Door slechte eetgewoonten kunnen ze soms raken zelfs ondervoed geraken. Of ze komen niet meer buiten en vereenzamen. Precies daarop wil dit project inspelen, en wel op heel verschillende manier.
- De mantelzorgers in de twee appartementen kunnen gemakkelijk contact zoeken met de andere bewoners. Ze kunnen eens naar de winkel gaan, de bewoners uitnodigen om samen te eten, ze kunnen opgebeld worden als er een probleem is, enzovoort.
- Wanneer zeven personen met een handicap bij elkaar wonen, voorziet de overheid middelen voor een permanentie van 24 uur op 24. Vzw De Lork wil die werking opstarten. Ook de ouderen zouden bij een probleem een beroep kunnen doen op die permanentie.
- Vzw De Overmolen plant een tewerkstellingsproject in de zorgsector met vier mensen in artikel 60 van het OCMW. De deelnemers zouden bijvoorbeeld een paar keer per week voor de groep kunnen koken, met hen mee naar de winkel gaan, eens een lampje vervangen, enzovoort. De gewone thuiszorg kan die diensten niet leveren. Waar een gewone thuiszorgdienst bijvoorbeeld bij iemand thuis gaat koken – een 1 op 1 relatie – kan iemand in opleiding ook voor een groep van 3 of 5 of 7 mensen koken.
De collectieve ruimten en de inbreng van alle partners, bieden voor de bewoners veel mogelijkheden tot sociaal contact. Een uitnodiging kan altijd stimulerend werken. Het biedt de kans op een soort samenleven in groep - als extra mogelijkheid, niet als verplichting. En als het klikt tussen mensen, is dat voor iedere betrokkene mooi meegenomen.
Een kleinschalig experiment
De Vlaamse programmatie van aanleunwoningen is nog lang niet ingevuld. Daar wil het Kenniscentrum de komende jaren extra werk van maken. Daarbij gaat de voorkeur eerder naar kleine dan naar grote projecten. Kleine projecten zijn meer op mensenmaat en bieden ook kans op vernieuwing.
- Dit project richt zich tot ouderen en tot personen met een handicap. Die keuze is niet toevallig. Er ontstaan vaak goede contacten met elkaar. Zij zijn met elkaar begaan en doen dingen voor elkaar: de ene doet boodschappen, de andere mag eens komen eten, er ontstaat een sociaal leven. Overigens bestaat er in Brussel geen aanbod voor mensen met Korsakov. De bedoeling is hen hier een plaats te geven, begeleid door vzw De Lork.
- Het tewerkstellingsproject met OCMW-cliënten heeft veel voordelen, niet alleen voor de bewoners. De mensen in opleiding kunnen nadien een job zoeken in de zorgsector. Het OCMW kan zelf misschien deelnemers rekruteren voor de eigen zorginstellingen. Het project dat met vier mensen start, kan later uitgebreid worden. En het kan ook inspirerend werken voor projecten in andere woonzorgzones.